Korte persoonlijke aantekeningen over
de 70ste Jaarweek van Daniël

Zie ook aantekeningen over Daniël - KLIK HIER:Tekenen van Jezus spoedige wederkomst.

We lezen hierover in Daniel 9:25-27:
"Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeenzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden. En na de tweeenzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is. En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is."

Uitleg: Voor Israël zijn er 7 jaarweken (iedere jaarweek is 7 jaar = 49 jaren) bepaald, vanaf het moment waarop Daniël de profetie ontving tot het herstel van de toenmalige Joodse tempel. Daarna zullen er nog 62 jaarweken volgen (=434 jaren) tot de komst van Jezus, Zijn geboorte, sterven aan het kruis en hemelvaart. Daarna stelt God een intermezzo in (pauze) d.i. een speciale periode tussen de 69ste jaarweek en de laatste, d.i. de 70ste jaarweek. Het doel van deze periode is, om de heidenen te roepen tot bekering. God heeft een wonderlijk plan om een gemeente te vormen uit de heidenvolkeren, die als een bruid zal zijn, voor Zijn Zoon Jezus Christus. Deze gemeente (bruid) zal eerst weggenomen moeten worden van de aarde, waarna het plan van God met Israël weer begint, namelijk 70ste jaarweek.

De 70ste jaarweek van Daniël duurt ook weer 7 jaren en is de periode waarop:
- Israël tot bekering komt, zij zullen eerst de antichrist binnenhalen als de messias, maar later inzien bedrogen te zijn en tot bekering komen, dus Jezus als hun Messias aannemen. (Lees Rom.11: 25-36, Ezech. 36:22-28, Openb.7:1-8)
- een groot deel van de z.g. naam christenen (Openb.3:1-5) tot bekering komen (Openb.7:14), dus een opwekking vindt plaats.
- de wereld geconfronteerd wordt met de antichristelijk overheersing en zijn totale heerschappij over de wereld. In de laatste helft zal niemand kunnen kopen en verkopen zonder het teken 666 (Openb.13:18).
- de wereld het evangelie zal horen doormiddel van, engelen (Openb14:6) en doormiddel van het getuigenis van de twee getuigen (Openb.11).
- er één totale wereld religie zal komen, die dwangmatig aan iedereen zal worden opgelegd (Openb.13:15,16).
- de put des afgronds open gaat en de wereld door occulte demonen overspoeld zal worden. De z.g. New Age leer zal vat krijgen op miljoenen mensen (Openb.9:1,2).
- de wereld zal geteisterd worden door enorme rampen, op gebied van epidemiën, natuur en milieurampen, zelfs vanuit onze atmosfeer zullen er komische rampen de aarde treffen. Dit geeft grote angst onder de volkeren.

Er is maar één uitweg, vlucht naar Jezus. Alleen zij die in de schuilplaats van God zijn, zullen echt veilig zijn, want:
1. De Gemeente wordt van de aarde weggenomen, voor de oordelen van de grote verdrukking over de wereld losbreken, lees:
(Openb.3:10-13) "Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt".

2. De gemeente moet dus de Heer Jezus blijven verwachten en niet de grote verdrukking (zie schema).



- Titus 2:13: waarbij wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.
- 1Thes. 1:10: en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij heeft opgewekt uit de doden, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn
- Filip. 3:20-21: Want wij wandelen als burgers van het Rijk der hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus. Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.

De leer van de Opname van gelovigen vóór de Grote Verdrukking houdt de verwachting van de wederkomst LEVENDIG en INSPIREERT het. Anders zouden we louter op voorafgaande tekenen wachten, waardoor de verwachting verkoelt. Nu moeten wij waken en de Heer volhardend verwachten, lees Op 3:3, 10

De Heer redt de Gemeente van de komende toorn (= antichristelijk tijd), lees:
- 1Thes. 1:10: en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij heeft opgewekt uit de doden, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn.
- 1Thes. 5:9: Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid door onze Heere Jezus Christus.
Deze "toorn" is niet de hel. Van de hel waren de Thessalonikers reeds gered; daartoe hadden zij zich bekeerd: Joh. 5:24; Rom. 8:1. De "toorn" is hetgeen beschreven staat in Jes. 61:2; Rom. 2:5; 1:18; 5:9; 1Thes. 2:16; Openb. 6:17;11:18; 15:1. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (lees Openb. 5 en 6). Wanneer die zegels verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

In Openb.5:7-9 lezen we: "En het kwam en heeft de rol aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was. En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen. En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie. "

(Openb.6:1) En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de vier dieren zeggen met een stem als van een donderslag: Kom!

3. De grote verdrukking is een van de grootste uitingen van Gods wraak over de zonden (Dan 9:26-27; 2Thes. 2:8-12; Openb. 6:1).
Deze toorn duurt de volle zeven jaar, dat is één jaarweek van de zeventigste jaarweek. Dit alles is "de Dag van de Heer" (2Thes. 2) en het wordt de Gemeente (Bruid) bespaard.
De Bruid (gemeente) zal in plaats daarvan in die periode met Jezus de bruidloft van het Lam vieren. (Openb.19)

4. De Heer heeft gezegd dat Hij Zijn Gemeente bewaart voor het uur van de verzoeking, lees:
Mat. 24:36-44 leert benevens de onverwachtse komst van de Heer, ook de (onverwachtse) Opname van de Gemeente, vóór de oordelen beginnen:

"Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader. 37 Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. 38 Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, 39 en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. 40 Dan zullen er twee op de akker zijn; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. 41 Er zullen twee vrouwen malen met de molen; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. 42 Waak dan, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal. 43 Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij gewaakt zou hebben, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. 44 Weest ook u daarom bereid, want op een moment waarop u het niet verwacht, zal de Zoon des mensen komen".

De Gemeente zal het uur van de verzoeking (de grote verdrukking) – in de relatief korte aardse periode van zeven jaar – niet ondergaan. Vergelijk ook Joh. 12:27 ("uit").

5. De verzoeking is bedoeld voor hen die op de "aarde" wonen. De Gemeente is daar dan al niet meer.
Wanneer de gemeente is thuis gehaald, begint het feest van de Bruiloft van het lam in de hemel. Dit feest is het moment waarop ook het hemels huwelijk zal plaats vinden tussen Christus als hemelbruidegom en Zijn gemeente als bruid, d.w.z. Jezus zal zich voor eeuwig met haar (gemeente) verbinden, als in een huwelijksband en Zij (de bruid) deelt dan voor eeuwig in Zijn heerlijkheid.

- De opname van de bruid (gemeente). (Lees Mat24:38-42) "Dan zullen er twee in het veld zijn, een zal aangenomen worden en een achtergelaten worden; twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, een zal aangenomen worden, en een achtergelaten worden. Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt".
- De Bruiloft van het Lam. (Openb.19:7-9) "Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams".
- Het hemels huwelijk tussen Christus en Zijn gemeente (Efeze 5:25-32). "Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de gemeente". (lees ook Openb.10:7) en (Joh.17:24)
- Het tijdstip waarop de bruiloft begint. (Mat.25:6,7) "En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. (Mat 25:10) Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten".
6. "Het uur van de verzoeking" is ook de periode van misleidende werkingen van de antichrist, lees:
- 2Thes. 2:8-12: "En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en krachteloos maken door de verschijning van Zijn komst. 9 Zijn komst is naar de werking van de satan met alle kracht, tekenen en wonderen van de leugen 10 en met alle misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, 12 opdat zij allen geoordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid".
- Opend. 13:11-14: "En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde, en het had twee horens, als het Lam, maar het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die daarop wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. En het verleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had, en [toch] leefde".

7. Met betrekking tot de Joden en de volken is geprofeteerd dat zij 'door' de verdrukking zullen gaan, lees:
Jer. 30:7, 11, 14; Dan. 12:1; Amos 9:8-10; Mat. 24:1-35; Openb. 7.
Het onderscheid in Openb. 7 tussen Joodse en heidense gelovigen toont aan, dat er in die periode van geen sprake meer is van de gemeente, want voor de gemeente geldt "daar is geen Jood of Griek": Gal. 3:28; Rom. 10:12; 1Kor. 12:13; Kol. 3:11.

8. De 70ste jaarweek kan pas beginnen wanneer de Heilige Geest en de Gemeente weggenomen zijn, om met Jezus de bruiloft van het lam te vieren.
2Thes. 2:1-12: "En wij vragen u dringend, broeders, aangaande de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al is aangebroken. Laat niemand u op enigerlei manier misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, de tegenstander die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet. Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen gezegd heb, toen ik nog bij u was? En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en krachteloos maken door de verschijning van Zijn komst. Zijn komst is naar de werking van de satan met alle kracht, tekenen en wonderen van de leugen en met alle misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, opdat zij allen geoordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid".

De identificatie van "Hij", die weerhoudt, volgt uit lezing van het parallelle verslag in 1Joh. 4:1-6:
"Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten uitgegaan in de wereld. Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is. Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen. 6 Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling".

Alleen de Heilige Geest is sterker dan de antichristelijke geest. Het "wonen" van de Heilige Geest in de Gemeente (Joh. 14:17-19; 15:26; 16:7-15; 2Kor. 6:16) zal ophouden en gelijk daarmee zal ook de Gemeente worden opgenomen. Dan zal de beschermende werking van de Heilige Geest – omwille van de Gemeente – wegvallen. Dan zal er niets nog de "wetteloze" tegenhouden in deze wereld, zoals we lezen in Openb. 13:7 "… en hem werd macht gegeven over elke stam en taal en volk".

Die bescherming was de Gemeente toegezegd: Mat. 16:18: "En Ik zeg u dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen".
Mat. 28:18-20: "En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen".

9. "Wanneer de "Parakleet" (Joh. 15:26; 16:7-15) zal weggenomen (2Thes. 2:7) worden uit de wereld zal de antichrist de weg vrij hebben".
Vóór Pinksteren was de Heilige Geest ook wel actief en werkzaam (1Sam. 10:10; 2Sam. 23:2) maar Hij "woonde" niet op aarde en was in die zin "nog niet gekomen": Joh. 7:39; 16:13.

10. Het komende Israël-tijdperk is nadat de gemeente (bruid) van de aarde is weggenomen.
De huidige bedeling is die van de "behoudenis van de volken" (Rom. 11:11, 25), de "andere schapen" uit Joh. 10:16. Hierna komt nog een tijdperk waarin Israël als volk opnieuw de aandacht krijgt en ook behouden zal worden: Rom 11:25. Met dat tijdperk heeft de Gemeente geen bemoeienis, ze zal dan vooraf opgenomen zijn. In de Gemeente is namelijk "geen Jood of Griek" (Gal. 3:28). Gods doelstelling met Israël verschilt zo sterk met dat van de Gemeente, dat beide een aparte bedeling vormen. Beide bedelingen kunnen zich niet tegelijkertijd voordoen. De "bediening van de Geest" kan niet tegelijk naast de "bediening van de veroordeling" staan (2Kor. 3:8, 9). De roeping van de Gemeente is een geheimenis (Efeze 3:3-10), een tussenperiode in Gods plan voor de aarde. Zij komt door het mysterie van de Opname ten einde (1 Kor. 15:55). Daarna pas kunnen de vervullingen van de profetieën m.b.t. Israël weer hun loop nemen. In de 70ste jaarweek zal die oude "bediening van de veroordeling" terug worden opgenomen: Mat. 24:15-20; Openb. 11:1-3; Dan. 9:27.

Uitleg vanuit de Openbaring. Na Openbaring 3 is er geen sprake meer van de Gemeente op aarde. In Op 2 en 3 zien we de bedeling van de Gemeente, waarin "geen Jood of Griek" is. Na deze hoofdstukken is er in de Openbaring geen sprake meer van de Gemeente op aarde.

11. In de oordeelstijd van de zeven zegels, onderscheiden wij vijf aparte groepen gelovigen:
- De Joden die in de eerste helft van de week van Daniël, tot bekering komen en daarvoor vervolgd zullen worden door de antichrist (Openb.12:17).
- Gelovigen uit de volken die vóór de Grote Verdrukking (de eerste helft van de 70ste jaarweek) de dood sterven (Openb. 6:9) en die zullen opgewekt worden aan het begin van het Vrederijk (Openb.20:4).
- De gelovigen uit de volken die tijdens de Grote Verdrukking (tweede helft van de 70ste jaarweek) de dood sterven (Openb. 6:11) en die zullen opgewekt worden aan het begin van het Vrederijk (Openb.20:4).
- De 144.000 uit Israël (Openb. 7:1-8; 14:1-5) die tijdens de Grote Verdrukking bewaard zullen blijven. God zal hen als Zijn getuigen en dienstknechten verkiezen (Mt 24:14) om het evangelie over de hele aarde te prediken.
- "Een grote menigte die niemand kon tellen, uit elke natie en alle geslachten en volken en talen" (Openb. 7:9-17), die als gevolg van de (Joodse) prediking van het evangelie van het koninkrijk en de bediening van engelen (Openb.14: 6) bekeerd worden (Mat. 24:14). Zij zijn o.a. de "schapen" die genoemd worden in Mat. 25:31-46 (daar de tegenhangers van de "bokken") en die levend door de Grote Verdrukking heen het duizendjarig koninkrijk binnengaan.